Rekenmethoden

De bouwwereld in het algemeen is een conservatieve branche. We bouwen feitelijk al honderden jaren op dezelfde manier woningen met bijvoorbeeld de traditionele kruipruimte en de spouwmuur waarbij elke steen nog apart gemetseld wordt. Natuurlijk kennen we de prefab houtskelet en betonbouw en wordt er volop gesproken over duurzaam en circulair maar er wordt nog vooral gebouwd “zoals we gewend zijn” Het enige dat echt veranderd is de afgelopen jaren is dat woningen steeds beter geïsoleerd zijn als gevolg van aangescherpte eisen vanuit de overheid en het toepassen van alternatieve installaties. Hierbij wordt in de regel de minimale eis nagestreefd om vooral zo goedkoop mogelijk te bouwen. Niet zelden werden bouwaanvragen ingediend op 31 december om maar vooral niet aan de strengere isolatie eisen van 1 januari te hoeven voldoen. Omdat vaak keuzes gemaakt zijn op basis van de goedkoopste aanbieder is er te weinig aandacht geweest voor de kwaliteit van woningen.

 

Er worden in het kader van duurzaamheid allerlei termen gebruikt zoals energiezuinig, energieneutraal en nul-op-de-meter waarbij deze begrippen niet alleen bij de consument voor veel onduidelijkheid zorgen.De term energieneutraal wordt in praktijk toegekend aan een gebouw dat per saldo een energieverbruik van nul heeft. Er wordt dus evenveel opgewekt of terug geleverd als dat er gebruikt wordt volgens de energiemeter in de meterkast.Een woning met een EPC-uitkomst van 0,0 wordt echter ook omschreven als een energie neutrale woning terwijl deze per saldo op de meter helemaal niet nul hoeft te zijn.

Hoewel er in Nederland diverse programma’s en kwalificeringen ontwikkeld zijn om kwaliteit van een gebouw inzichtelijk te maken zoals BREEAM, Greencalc of bijvoorbeeld het woninglabel wordt voor de EPC-berekening gehanteerd, ook al omdat deze vanuit de NEN5120 norm een verplicht onderdeel is van het bouwbesluit.

EPN berekening

EPC-berekening

In Nederland is het verplicht om als onderdeel van de vergunningsaanvraag een EPC-berekening in te dienen. Hoewel de uitkomst van deze berekening slechts een Coëfficiënt is waarop getoetst wordt, kunnen er uit dit programma ook energieverbruiken afgeleid worden, naast kengetallen voor EP-indexen en een voorlopige indicator voor BENG-uitkomsten. Met name de EP-indexen zijn van groot belang voor woningcorporaties omdat de uitkomsten hiervan bepalend zijn voor financiële berekeningen.

Deze berekening van de Energie Prestatie Coëfficiënt is een rekenmethode waarbij de bouwkundige gegevens van de woning ingevoerd worden samen met de toe te passen installaties en de energiebesparende maatregelen. De uitkomst van de berekening is een referentiegetal die vanaf de invoering in 2006 is teruggebracht van 1,4 naar de huidige norm van 0,4. De uitkomsten van het programma worden sterk beïnvloed door de keuze van de installaties en met name door het toepassen van warmtepompen en PV-panelen kan als snel voldaan worden aan de gevraagde eis. Het grote nadeel van deze berekening is dat de werkelijk berekening erachter niet inzichtelijk is.Het heeft er alle schijn van dat de installatie-branche een grote invloed heeft gehad op de uitkomsten van de berekeningen, waardoor de energetische kwaliteit van de schil van het gebouw ondergewaardeerd is gebleven. Dat er nu zo ingezet wordt op PV-panelen en warmtepompen heeft dus vooral te maken met de huidige regelgeving in Nederland.

 

BENG

BENG-berekening

Omdat er meer aansluiting gezocht wordt op de Europese regelgeving is besloten om de EPC-berekening vanaf 1 januari 2020 te vervangen door de BENG-methodiek. Deze BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen) berekening zelf is nog in ontwikkeling maar de normen zijn al wel vastgesteld. BENG bestaat daarbij uit 3 normen, deze zijn voor woningen:

BENG 1      Energiebehoefte, maximaal 25 kWh per m2 gebruiksoppervlak/jaar.

BENG2       Primaire fossiel energiegebruik, maximaal 25 kWh per m2 gebruiksoppervlak/jaar

BENG3       Aandeel hernieuwbare energie, minimaal 50%

(bron: RVO Nederland)

Deze nieuwe BENG-methodiek is een grote stap in de goede richting, vooral BENG 1 zal betekenen dat er een energetisch betere schil gebouwd zal moeten worden en de uitkomsten uitgedrukt in energie per m2 geven ook een veel beter inzicht in de werkelijke energetische kwaliteit van het gebouw. Wel is te hopen dat de rekenmethode die nu nog in ontwikkeling is transparanter zal worden dan de EPC en dat uitkomsten van de berekening niet beïnvloed worden door lobby van de installatiebranche.

 

Passiefbouwen

Passiefbouwen

Als in 2020 de BENG van kracht wordt zal er meer aandacht komen voor hogere isolatiewaarden van de schil, een betere kierdichtheid (lekken in de woning) en een beter ventilatiesysteem met warmteterugwinning (WTW), kenmerken die ook van toepassing zijn bij het zogenaamde Passiefbouwen. Deze in de 90’er jaren ontwikkelde methode heeft zich inmiddels wereldwijd bewezen als een beproefde methode om de energievraag terug te dringen en is wereldwijd gezien de snelst groeiende verduurzamingsmethode.

Voor het berekenen van een passiefhuis wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde PHPP-berekening (Passiv Haus Plannung Paket). Deze berekening is een stuk complexer dan een EPC-berekening maar is wel volledig transparant en wordt wereldwijd toegepast.

Als we exact hetzelfde gebouw invoeren in zowel de EPC als de PHPP zijn de uitkomsten qua energieverbruik totaal verschillend. Het door de EPC berekende energieverbruik voor verwarmen wordt bij een standaard geïsoleerde woning veel lager berekend dan in een PHPP-berekening, het verschil kan al snel een factor 4 zijn wat de vraag oproept welk programma het juist heeft.

Feit is dat op dit moment vele bouwprojecten berekend zijn op de uitkomsten van de EPC en we kunnen alleen maar hopen dat we straks niet geconfronteerd worden met onverwacht hoge energiekosten.

Passiefbouwen gaat uit van een maximale energievraag voor verwarmen van 15 kWh/m2/jaar en gaat dus nog een stap verder dan de aankomende BENG1-norm van 25kWh/m2/jaar Als we ervan uitgaan dat een gemiddelde woning zo’n 150m2 vloeroppervlak heeft met 1200m3 gas voor verwarmen, oftewel 11.760 kWh, zal deze woning - traditioneel gebouwd- 78,4 kWh/m2/jaar aan energievraag hebben. Passief gebouwd heeft dezelfde woning maximaal 15 kWh/m2/jaar, dus 5 x minder. Volgens de BENG1 eis zal deze energievraag 3x minder worden.

 De kracht van PassiefBouwen zit hem daarin dat de energievraag zodanig laag is dat nauwelijks nog een verwarmingsinstallatie benodigd is. In plaats van extra kosten voor bijvoorbeeld een luchtwarmtepomp kan er juist fors bespaard worden op de installatiekosten. Verwarmen kan eenvoudig met een elektrisch element of met infrarood waardoor kosten voor vloerverwarming, cv of warmtepompen uitgespaard kunnen worden. Bijkomend voordeel is dat een passief gebouwde woning gezien wordt als het optimum qua comfort in een woning.

Ten opzichte van de huidige woning zal beduidend beter geïsoleerd worden, gemiddeld zal het dubbele aan isolatie toegepast worden en moeten er ook beter geïsoleerde kozijnen en drievoudige beglazing gebruikt worden. Dit betekent hogere bouwkundige kosten, maar een enorme kostenbesparing op installaties.

Een ideaal bouwmodel zou zijn, de energetische kwaliteit van PassiefBouwen te combineren met duurzame ecologische en circulaire materialen, aangevuld met een compacte energiezuinige installatie zoals een kleine warmtepomp of een minisplit-airco.

De bouwkundige meerkosten voor extra isolatie en beter geïsoleerde kozijnen bedragen bij een gemiddelde woning ten opzichte van een nieuwe traditionele woning zo’n € 20.0000,-.

De besparing op de installatie, omdat er nauwelijks warmtevraag is, kan al gauw zo’n € 10.000,- bedragen, per saldo dus een meerprijs van € 10.000,-. Echter hebben we dan wel een woning die een veel lagere energievraag heeft met dus ook lagere energiekosten en minder CO2 uitstoot.

 

verder naar Bouwkosten